Home Nieuws Beplanting Geschiedenis Arboretum Vrienden Bestuur  
Beplanting/Bomen/Morus alba Macrophylla
Bomen
Heesters
Kruiden
Terug

Morus alba Macrophylla

- grootbladige witte moerbei -

De grootbladige selectie van de witte moerbei Morus alba "Macrophylla" is al sinds 1815 in Frankrijk in cultuur. Het genus Morus behoort tot de gelijknamige familie (Moraceae).

Er zijn veel moerbeien, maar hooguit een stuk of tien soorten. Ze komen in het wild voor waar het lekker warm is: de rode en Texaanse uit Noord Amerika, de Afrikaanse uit Zuid Afrika, de zwarte en de Chinese uit zuidelijk Azie.
De witte moerbei komt uit oost Azie. Maar sinds de oudheid is de witte moerbei al in Klein-Azie en vanaf de Karolingische tijd in Zuidoost-Europa in cultuur. De in de bijbel meermalen genoemde moerbeiboom (de "boom van goed en kwaad") is echter altijd een vijg (Ficus sycomorus, de moerbeivijg).
De witte moerbei werd vooral om de zijderupscultuur aangeplant: de rupsen vreten blad, van het spinsel voor de cocon werd zijde geproduceerd.
Morus alba "Macrophylla" is een boom die ieder jaar sterke, stevige en buigzame scheuten maakt. Van op een stam ge-ente exemplaren worden de zogenaamde dakmoerbeibomen gekweekt.

De witte moerbei is een tot 15 m hoge boom. De schors is grijsgroen tot roodbruin, die van een oude boom donker oranjebruin. De kruin is hoog en tamelijk smal. De loten zijn dun en recht en fijn behaard.
De twijgen van de "Macrophylla" zijn olijfgroen. Onder de fraai gevormde knoppen zit een duidelijk bladmerk. Verder steken de lenticellen mooi af tegen de kleur van de twijgen.
De vorm van het blad is zeer variabel. De bladeren hebben een zaagrand en de bladnerven zijn aan de onderkant behaard. De bladsteel is ongeveer 2,5 cm lang, gegroefd en licht behaard.
De moerbei bloeit eind mei. De bestuiving gebeurt door de wind.
Er zitten zowel mannelijke als vrouwelijke bloemen aan de boom (eenhuizig). De manlijke bloem is een katje en alleenstaand. De vrouwelijke bloemen staan steeds bij elkaar en groeien na bevruchting uit tot een vlezige, op bramen lijkende vruchten.
De vruchten zijn eerst wit, maar later ook roze tot paars en eetbaar.
Moerbeivruchten zijn niet in een keer rijp. Vanaf half augustus tot ver in september rijpen de vruchten. Er moet in die periode dus geregeld worden geplukt. Vruchten van de rode moerbei zijn buitengewoon smakelijk, die van de witte worden als smakeloos afgedaan.
De vruchten zijn recentelijk ontdekt als mogelijk gemakkelijk bron van anthocyanine als natuurlijke kleurstof voor voedsel.

Naamgeving.
De wetenschappelijke naam is gegeven door Linnaeus in 1753, te samen met 5 andere moerbeien, waaronder M. rubra (de rode) en M. nigra (de zwarte). De geslachtsnaam ontleende hij aan de Latijnse volksnaam voor de zwarte moerbei. Alba betekent wit; verwijzend naar de witroze vruchten.
De Nederlandse naam en trouwens alle Europese namen zijn verbasteringen van het Latijnse Morus met een aanvulling van -bes, bezie, bei, beer, berry.

Enkele andere selecties van Morus alba zijn:
"Pendula": een op stam ge-ente treurvorm met een kleine, ronde, min of meer koepelvormige kroon; solitair voor tuin en park;
"Pyramidalis": een boom met een brede zuilvormige tot kegelachtige kroon; parkboom;
"Laciniata": bladeren diep ingesneden;
"Venosa": eirond tot driehoekige, grof gezaagde bladeren, gekroesd; opvallende geelwit getinte nervatuur.
"Issai"
"Nana".
Alle selecties van Morus alba worden door enten op een onderstam van de witte moerbei zelf vermeerderd.

Sierwaarde
De sierwaarde van Morus alba "Macrophylla" als boom is het grote, glimmende en gladde blad. Verder zijn de vruchten, die uiteindelijk purper kleuren, verscholen tussen de bladeren.
De sierwaarde van de dakmoerbei is de aparte groeivorm. Door het dakvormige model geeft de moerbei schaduw, zonder als boom veel ruimte in te nemen.
De moerbei is geschikt voor parken en grotere tuinen. Bij voorkeur als solitair, mede ook door de aparte afwijkende groeivormen.

Vincent van Gogh heeft de moerbei een aantal keren geschilderd.

In Hoogvliet.
Het Arboretum beschikt over 1 grootbladige witte moerbei als solitair, die geplant is in 2009. Vanaf 2011 heeft zij rijkelijk vruchten gedragen. Dit exemplaar is bij de grote renovatie van 2020-2021 bewaard gebleven en elders op de tuin herplant.
Verder stonden er 8 exemplaren in dakvorm, die zijn van elders zijn verplant. In 2011 is bij bijna allemaal een ziekte geconstateerd, welke lijkt op de bloederziekte bij de Paardenkastanje. De bomen leken zich zichzelf te genezen, maar ze zijn in 2020 toch gerooid.