Home Nieuws Beplanting Geschiedenis Arboretum Vrienden Bestuur  
Beplanting/Bomen/Gymnocladus dioicus
Bomen
Heesters
Kruiden
Terug

Gymnocladus dioicus

- doodsbeenderenboom -

De doodsbeenderenboom is een loofboom uit de bonenfamilie (Fabaceae) afkomstig uit het midwesten van de Verenigde Staten. Het geslacht behoort tot de onderfamilie van de pauwenbloemachtigen (Caesalpinioideae). De meeste vertegenwoordigers van deze onderfamilie zijn tropische bomen; alleen Gymnocladus dioica en Gleditsia triacanthus komen in een gematigd klimaat voor. En laten we die nu allebei op het Arboretum hebben staan! Beide soorten zijn genetisch verwant. Reden om ze bijeen te zetten in een clade, genoemd naar het geslacht Umtiza.

De doodsbeenderenboom doet zijn Nederlandse naam alle eer aan. De twijgen lijken door hun vorm en kleur echt op menselijke botten. Opmerkelijk zijn ook de bladeren: zij zijn dubbel geveerd. Dat wil zeggen, dat wat je oppervlakkig gekeken aanziet voor een blad, in feite een deelblaadje is van een groter geheel. En dat dus twee keer.

Zoals de soortaanduiding dioica aangeeft, is de soort tweehuizig, dus er zijn mannelijke bomen met bloemen met alleen meeldraden en er zijn vrouwelijke bomen met bloemen met alleen stampers en een vruchtbeginsel, dat na bevruchting uitgroeit tot een peulvrucht. De zaden kun je roosteren en je kunt er koffie van zetten. Dat deden de Meskwaki-indianen al. Daarvandaan dat de Amerikanen de boom Kentucky coffeetree noemen.

De boom kan in het wild rond de 20 meter hoog worden, maar niet erg oud. Hooguit 150 jaar. Alhoewel hij daar groeit op drassige plaatsen, worden vooral de mannelijke bomen gekweekt als straatboom. Uit zaad of middels wortelscheuten. Dan kunnen ze wel groter en ouder worden.

Naamgeving.
De wetenschappelijke geslachtsnaam Gymnocladus komt van de Griekse woorden gymnos (naakt, denk aan gymnastiek, wat de Griekse mannen in hun blootje deden) en klados (tak) en refereert aan de kale takken in de winter. De naam is gegeven door de Franse chevalier Jean Baptist de Lamark (1744-1829).
De soortaanduiding dioicus komt ook uit het Grieks en betekent tweehuizig.
Er zijn nog twee andere Gymnocladussoorten, de Chinese en de Myamarjaanse.
In het Duits wordt de boom Geweihbaum genoemd. Vertaald als geweiboom kom je die naam ook wel in het Nederlands tegen.

In Hoogvliet.
Het exemplaar in het Arboretum is daar geplant in vak 4 na de grote renovatie van 2020-2021. Waarschijnlijk is het een mannelijke boom.
Op de Nederlandse Wikipedia staat een lijst met arboreta en tuinen waar een doodsbeenderenboom staat.