Home Nieuws Beplanting Geschiedenis Arboretum Vrienden Bestuur  
Beplanting/Kruiden/Helleborus foeditus
Bomen
Heesters
Kruiden
Terug

Helleborus foeditus

-stinkend nieskruid-

Het stinkend nieskruid is een overblijvende plant uit de ranonkelfamilie (Ranunculaceae). Het is de enige soort van het geslacht die wordt ingedeeld in de sectie Griphopus.
De geur van de lichtgroene bloemen, wanneer deze worden aangeraakt, is niet aangenaam. Dit geldt nog sterker wanneer de bladeren worden fijngewreven.

De plant komt van nature voor in Midden- en Zuid-Europa van ItaliŽ en Portugal in het zuiden tot het midden van Duitsland. Ook komt de plant voor in het zuiden en het midden van Engeland. In BelgiŽ en Nederland komt de plant in het wild voor in gebieden waar kalk in de bodem voorkomt (Ardennen en Zuid-Limburg). Verder wordt deze ook in tuinen gekweekt.
De overwinterende, donkergroene, enigszins leerachtige bladeren zijn handvormig gedeeld in zeven tot elf smalle blaadjes met een gezaagde rand.
De lichtgroene, 2-2,5 cm brede bloemen hebben alleen kelkbladen en geen kroonbladen. Deze hebben vaak een paarse rand. De kroonbladen zijn veranderd in nectariŽn (honingnapjes), die de vorm hebben van een afgeplatte hoorn. De bloemen groeien trosvormig. Het bovenste deel van het stammetje is evenals de kleine ongedeelde schutbladen, lichtgroen van kleur.
De bloeiperiode loopt van december/januari tot april/mei. De vrucht bestaat uit een tot vijf kokervruchten.
Het stinkend nieskruid bloeit meestal twee keer. Een eerste keer als de plant 2 tot 5 jaar oud is. Nieuwe stengels uit de wortelstok bezorgen gewoonlijk een tweede bloei in het volgende jaar. Daarna sterft de plant meestal. Maar ondertussen heeft ze zich al vrolijk uitgezaaid, zodat er altijd wel planten aanwezig blijven. De bloemen worden vooral door bijen bezocht. Deze worden aangetrokken door de voor mensen onaangename geur.
De zaadjes hebben aan een zijde een mierenbroodje waaruit olie komt. De mieren zijn dol op deze olie en slepen hiervoor de zaden mee. Op deze manier vindt de verspreiding van de zaden plaats, soms vele meters ver van de moederplant.
De plant heeft een lichte voorkeur voor een standplaats in de halfschaduw, vaak op kalkhoudende grond.
Alle delen van de plant zijn zwak tot matig giftig, ook de zaden. Het aanwezige helleborin irriteert huid- en slijmvliezen. Reeds door onbeschermd met de zaden om te gaan kan de handhuid irritatie vertonen.
Het gif werd vroeger als wormmiddel in de veeartsenijkunde gebruikt.
In de tuin is de plant geschikt voor borders langs een tuinpad, of bij steen. De plant houdt van een kalkrijke en vochthoudende bodem.
Helleborus foetidus 'Wester Flisk' is een bekende cultivar, die roodgetinte stengels en bladstelen heeft. 'Sophron' blijft lager, heeft groenzilver blad en een open bloeiwijze.

Naamgeving

De geslachtsnaam Helleborus stamt uit het Grieks, waar het de naam was van een plant die waanzin zou genezen. Een gek werd dan ook aangeduid met ďiemand die helleboros nodig heeftĒ.
De kennis van de eigenschappen van het nieskruid, vooral van het zwarte nieskruid of kerstroos, (Helleborus niger), zou afkomstig zijn van Melampus, een arts die ook het laxeren ontdekte. De wortelstok van de plant werd gedroogd en gemalen en de patiŽnt moest het poeder opsnuiven. Logisch dat men moest niezen. Met dit middel genas hij de dochters van Proitos, die aan razernij leden en naakt door de stad renden.
Proitos is de naam van een mythische koning van het oud-Griekse Tiryns.
Tiryns is de Oudgriekse naam van een indrukwekkende prehistorische burchtruÔne op enkele kilometers ten noorden van het huidige Nafplion. Tiryns was een van de belangrijke politieke centra van de Myceense cultuurperiode. De citadel met woonpaleis dateert vermoedelijk uit de 14e eeuw v.Chr., al tonen archeologische sporen aan dat de heuvel al veel vroeger bewoond was en al vůůr ca. 2000 v.Chr. een rol heeft gespeeld.
Proitos had drie dochters, die door de godin Hera met waanzin werden geslagen, omdat zij haar schoonheid geminacht hadden (of volgens anderen goud uit haar tempel geroofd hadden). Later was de arts en ziener Melampus bereid twee van hen te genezen (de derde was inmiddels al gestorven!), in ruil voor ťťn derde deel van Proitos' koninkrijk. Eenmaal genezen werden de beide meisjes aan Melampus en zijn broer Bias uitgehuwelijkt.
Volgens weer een andere versie was niet Hera, maar Dionysos de godheid die zich geminacht voelde, omdat Proitos' dochters weigerden diens eredienst te erkennen.

De soortaanduiding foeditus is Latijn en betekend stinkend.

De Nederlandse naam verwijst naar het medicinale gebruik, waardoor waanzin zou worden uitgeniesd.

In Hoogvliet
In het Arboretum Hoogvliet zijn in 2014 tien exemplaren geplant in heestervak D, ter vervanging van eerder daar verloren gegane kerstrozen. Erg florisant staan ze er (nog) niet bij.