Home Nieuws Beplanting Geschiedenis Arboretum Vrienden Bestuur  
Beplanting/Kruiden/Euphorbia characias ssp. wulfenii
Bomen
Heesters
Kruiden
Terug

Euphorbia characias ssp. wulfenii

- oostelijke garrigues-wolfsmelk-

De garrigues-wolfsmelk is een overblijvende struikje uit de wolfsmelkfamilie (Euphorbiaceae), typisch voor het droge Middellandse Zeeklimaat en de daar voorkomende vegetatie, die bekend staat onder meerdere namen zoals maquis of garrigues. Van het geslacht komen 12 soorten in het wild in Nederland voor, maar deze dus niet.

De struik wordt maximaal 1.20 meter groot en vormt meerdere wollige stammen die onderaan verhouten. De lancetvormige blauwgroene bladeren zitten bovenaan de stengel. De planten hebben schijnbloemen, cyathia genaamd (enkelvoud cyathium), die omgeven zijn door schutbladen (involucrum). Een cyathium bestaat uit een kopjesvormige bodem, gevormd door twee geelgroene kelkbladen. Daarbinnen bevindt zich één vrouwelijke bloem, omringd door meerdere mannelijke bloemen die gereduceerd zijn tot één meeldraad. Vier roodbruine tot zwarte nectarklieren omgeven dit geheel. De plant bloeit van februari tot in juli. De vruchten zijn explosieve driekamerige kluisvruchten met één zaad per kluis. De zaden worden door mieren verspreid.
De plant kan goed tegen droogte en kan zout verdragen.
Er worden twee ondersoorten onderscheiden.
E. characias subsp. characias; komt voor van Portugal tot Kreta
E. characias subsp. wulfenii; komt voor van zuid-Frankrijk tot Anatolië (Turkije).
Er is dus ook een overlap-gebied.

De plant is geliefd als tuinplant en er zijn veel cultivars, zoals "Black Pearl", "Thelma's Giant", "Lambrook Gold", "Silver Swan" en "Tasmanian Tiger". De cultivars varieren in kleur van zilvergrijs over blauwgroen tot groengeel.
Er zijn ook talrijke hybriden, vooral door kruising met Euphorbia amygdaloides (amandelwolfsmelk).
De plant bevat -net als heel veel andere soorten uit het geslacht- melksap, dat giftig is, maar gebruikt werd/wordt tegen woekeringen in de huid, zoals wratten en tumoren.

Naamgeving.
De wetenschappelijke naam is van Linaeus (1753).
Euphorbia is Grieks en betekent letterlijk 'goed voedsel'; Beetje raar, want de meeste soorten uit het geslacht zijn giftig en Linaeus wist dat ook wel. Daarom wordt soms als verklaring gegeven, dat de soort genoemd zou zijn naar de lijfarts Euphorbus van koning Juba II van Numidië en Mauretanië.
Er is wel een verband met koning Juba, niet via een denkbeeldige dokter, maar dank zij de verdiensten van Juba II zelf voor de natuurwetenschappen.
Juba II (52voorChr-23naChr) was de zoon van Juba I en Cleopatra Selene, de dochter van de Romeinse generaal Marcus Anthonius en farao Cleopatra van Egypte. Hij schreef een aantal boeken over geschiedenis, natuurlijke historie, geografie, grammatica, kunst en theater. Zijn reisgids over Arabië werd een bestseller in Rome. Hij organiseerde expedities naar Madeira en de Canarische Eilanden. Hij was het die de Canarische Eilanden haar naam heeft gegeven, een verwijzing naar de woeste honden die hij daar aantrof. Plinius de Oudere schreef dat Juba er veel planten ontdekte. Een van Juba's ontdekkingen tijdens zijn expedities was een medicinale plant die naar hem is genoemd: euphorbia regis jubae, oftewel 'goed voedsel van koning Juba'.
In zijn belangrijkste werk, Natuurlijke Geschiedenis, verwijst Plinius de Oudere welgeteld 65 keer naar Juba II en zijn werken. Juba's Omoiotetes, waarin hij de Griekse oorsprong van het Latijn wilde aantonen, bestond uit vijftien boeken. Juba II was een van de belangrijkste intellectuelen van zijn tijd in verschillende domeinen en als erkenning daarvan richtten de oude Grieken in Athene een monument op ter ere van hem en zijn intellectuele bijdrages. Ook schreef Juba II een fictief boek over de Nijdige Leeuw. Het verhaal van de Nijdige Leeuw wordt tot op de dag van vandaag verteld door de grootmoeders in Berberse dorpen.
De soortsaanduiding carachias betekent 'uit de garriges' en verwijst naar de Mediterrane struikenvegetatie van die naam.

De Nederlandse naam wolfsmelk verwijst naar de latex die de plant bevat. De verwijzing naar de wolf komt wel bij meer planten voor (wolfskers, wolfsklauw) en is bedoeld als afschrikking.

In Hoogvliet.
In het arboretum Hoogvliet staan een aantal struikjes in heestervak D.
In de omgeving wordt de planten overal in particuliere tuinen aangetroffen.