Home Nieuws Beplanting Geschiedenis Arboretum Vrienden Bestuur  
Beplanting/Kruiden/Rudbeckia nitida 'Herbstsonne'
Bomen
Heesters
Kruiden
Terug

Rudbeckia nitida 'Herbstsonne'

- welige zonnehoed -

De welige zonnehoed (Rudbeckia nitida) is een twee meter hoog wordende overblijvende plant uit de familie van de asters (Asteracaea). Net als alle andere (22) vertegenwoordigers van het geslacht komt deze zonnehoed in het wild voor in Noord-Amerika en wel in de natte dennenbossen van Florida en Georgia.

Beschrijving.
De plant start het jaar in een wortelrozet, vanwaaruit de bebladerde stengels omhoogschieten. Vanaf juni komen al de eerste bloemen, die in korfjes bijeen staan, met middenin bruine buisbloemen en aan de rand gele lintbloemen. De top van de bloei valt in de juli-augustus, maar zolang het niet vriest, zijn er ook in november nog bloemen aan te treffen. In de winter vormen de uitgebloeide kegelvormige korfjes een decoratief element in de tuin.

Naamgeving.
Rudbeckia is door Linnaeus in 1753 genoemd naar de natuurwetenschapper en stichter van de eerste botanische tuin in Zweden Olof Rudbeck uit Uppsala. Daarvan waren er overigens twee, vader en zoon. Er is een beetje discussie of de plant genoemd is naar pa, of naar allebei. Linnaeus heeft van de zoon nog les gekregen in plantkunde.
Nitida is Latijn voor 'vet, glimmend, schitterend, welig bloeiend, goed doorvoed'.

De Nederlandse naam zonnehoed verwijst naar de vorm van de bloemhoofdjes.

Er is overigens ook een rode zonnehoed (Echinacea purpurea), die door Linnaeus werd ingedeeld bij de Rubeckia's, maar door Conrad Moench in 1794 werd afgezonderd. Deze is dus nu in een ander geslacht ingedeeld, maar de Nederlandse naam heeft ze behouden. De Duitsers noemen Echinacea schijnzonnehoed, die maken het subtiele onderscheid wel.

Cultivars
De meest bekende cultivar is 'Herbstsonne'.

In Hoogvliet.
In het Arboretum staat deze vaste plant in het heestervak D, waar ze met z'n zestienen de hele westelijke rand opvullen.