Home Nieuws Beplanting Geschiedenis Arboretum Vrienden Bestuur  
Beplanting/Bomen/Carpinus betulus "Quercifolia"
Bomen
Heesters
Kruiden
Terug

Carpinus betulus "Quercifolia"

- eikbladige Europese haagbeuk -

Carpinus betulus "Quercifolia" is een kweekproduct van de gewone Europese haagbeuk waarvan de bladeren de vorm hebben als van een eik. Dat kan heel verwarrend zijn, maar gelukkig zijn er altijd wel een paar takken waarvan de bladeren terug gemuteerd zijn naar hun natuurlijke vorm, zodat we toch kunnen zien, dat het hier geen eik betreft, maar een haagbeuk. Het is een redelijk forse (tot 25 meter) boom uit de berkenfamilie (Betulaceae), waartoe ook de hazelaars, de elzen en uiteraard de berken horen.

De 30-40 soorten van dit geslacht zijn verspreid over de gematigde zones van het noordelijk halfrond. De meeste soorten komen voor in oost Azie, vooral in China Daar zijn 27 soorten endemisch (d.w.z. ze komen alleen daar voor). Slechts twee soorten zijn inheems in Europa : de Europese (Carpinus betulus) en de Oosterse haagbeuk (Carpinus orientalis) en een in Noord-Amerika: de Amerikaanse haagbeuk (Carpinus caroliniara).

Naamgeving.
De botanische geslachtsnaam Carpinus is de naam waaronder de boom bij de Romeinen al bekend stond en die door Linneaus in 1753 is overgenomen. Er kan verband zijn met het Latijnse werkwoord carpere, wat wij kennen van de uitdrukking Carpe diem! = Pluk de dag!, maar een bredere betekenis heeft van (herhaaldelijk) kappen tot aan sarren toe: een boom die je vaak kunt snoeien zonder dat ie zich er wat van aantrekt.
De soortaanduiding betulus betekent berk, berkachtig.
De Nederlandse naam haagbeuk is eigenlijk dezelfde als de Duitse Hainbuche, wat doet vermoeden, dat men de boom qua uiterlijk op een beuk vond lijken en vooral gebruikt werd als afrastering of windvang. Vervelend is, dat echte beuken (Fagus) ook gebruikt worden als heg, maar dan zijn het daarom nog geen haagbeuken. Een andere Nederlandse naam is Wielboom, maar die is behalve misschien in kruiswoordpuzzels, in onbruik geraakt.
De Engelse naam voor dit geslacht, "hornbeam", is afgeleid van de hardheid van het hout, via horn = hoorn en het Oudengelse beam = boom/ balk.
De varieteitsnaam Quercifolia betekent: met bladeren als van een eik. Varieteiten krijgen tegenwoordig een aanduiding in een moderne taal, maar dit is nog Latijn.

Beschrijving.
Inheems in: heel Europa tot in Iran
Bloem: eenhuizig gele mannelijke en groene vrouwelijke katjes
Vrucht: nootjes met driedelige vleugels in bosjes bijeen zittend.
Blad: enkelvoudig, verspreid.
Bijzonderheden: deze cultivar heeft bladeren als van een eik (althans de meeste)

Het hout van de haagbeuk is erg hard, maar wordt niet veel gebruikt omdat ze moeilijk te bewerken is. Ze wordt wel gebruikt voor handvatten van gereedschap, houten wielen en andere toepassingen waar een taaie, harde houtsoort vereist is.

In Hoogvliet.
Het exemplaar dat in het Arboretum staat is daar geplant in 2021 tijdens de grote renovatie. Daarvoor stond er ook een exemplaar, dat geplant was in 2009. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat de eikachtige bladeren langzamerhand (bijna) verdwenen waren.