Home Nieuws Beplanting Geschiedenis Arboretum Vrienden Bestuur  
Beplanting/Bomen/Castanea sativa
Bomen
Heesters
Kruiden
Terug

Castanea sativa

- tamme kastanje -

De tamme kastanje (Castanea sativa) is een, vaak meerstammige, loofboom uit de beukenfamilie (Fagaceae), die van nature voorkomt in het Middellandse Zeegebied. De boom kan een hoogte bereiken van ongeveer 25-35 meter.

Kenmerken
De tamme kastanje is herkenbaar aan de lange, grof gezaagde lancetvormige bladeren. Deze zijn glanzend donkergroen aan de bovenzijde. De onderzijde is ietsje lichter. Na het uitlopen van de bladeren verschijnen de mannelijke bloemen die als een parelsnoer aan rechtopstaande, lange katjes zitten. De vrouwelijke bloemen bevinden zich aan de basis van de katjes, omgeven door een groene, schubachtig bebladerde vruchtbeker. Van de mannelijke bloemen gaat een geur uit die kevers aanlokt en op de stempel bevindt zich een zoet smakend druppeltje nectar. Aan de rijpe vrucht blijft vaak de mannelijke, aarvormige bloeiwijze zitten. De vruchten zijn leerachtige, glanzend bruine noten (kastanjes). Meestal zitten er drie bijeen in een geelbruine, gestekelde vrij grote bolster die zich opent met 4 kleppen. De stekels zijn een soort afweerwapen tegen de voortijdige aanval door vogels en eekhoorns. Ook voor mensen is de tamme kastanje eetbaar, in tegenstelling tot die van de wilde of paardenkastanjes die alle tot het geslacht Aesculus behoren. Er zijn echter ook andere Castanea- soorten die eetbaar zijn: Castanea crenata (de Japanse kastanje) en Castanea mollissima (de Chinese kastanje) worden derhalve ook aangeplant en geoogst. In het verre Oosten, maar ook in Portugal.

Verspreiding en habitat.
De tamme kastanje is inheems in Zuid-Europa, Noord-Afrika en West-Azië. Daar groeit hij in mediterrane eikenbossen in gebieden met warme zomers en zachte winters, meestal op silicaathoudend gesteente. Ten noorden van de Alpen is het een oude cultuurplant en vaak verwilderd. Men heeft altijd verondersteld dat de Romeinen de tamme kastanje naar Noord-Europa gebracht hebben. Volgens nieuwe onderzoekingen groeide hij daar al tijdens het late ijzertijdperk rond 200 voor Christus. Waarschijnlijk hebben de Kelten de lekkere vruchten meegenomen en voor verspreiding gezorgd. Dat lukte vooral in de warmere gebieden van het Rijndal. Later gingen de Romeinen de tamme kastanje steeds vaker verbouwen om hun legioenen van voedsel te voorzien. Met name in het zuidoosten van Nederland zijn vrij veel oudere tamme kastanjes te vinden. Monumentale exemplaren zijn te vinden op de Nijmeegse heuvelrug, in Arnhem en op diverse plaatsen in Limburg.
In middeleeuwse kloostertuinen werd hij doelgericht aangeplant. In Zuid-Engeland staan heel grote exemplaren, maar de 3 beroemdste oude kastanjes staan op de helling van de Etna op Sicilië. Zij zijn waarschijnlijk van ver voor Christus. Ze worden vertroeteld als toeristische attractie en 's nachts verlicht.

Gebruik.
Tamme kastanjes kunnen worden gepoft of gekookt. In vele landen worden hete kastanjes in de winter op straat verkocht aan voorbijgangers. Kastanjepuree (crème de marron) is een lekkernij die in blik te koop is.
Het hout van de boom is uitstekend timmerhout, het lijkt qua kleur en structuur op eikenhout. Het is zeer geschikt voor het vervaardigen van tuinmeubels, bruggen, steunpalen voor druivenstokken en wijnvaten. Wijnregio's zijn ook kastanjeregio's.

Naamgeving.
Zijn Latijnse, botanische en Nederlandse geslachtsnaam is geleend van het Griekse kastania. Waarschijnlijk is ook de Griekse naam weer ontleend aan een andere taal uit de regio van de Kaukasus. In Griekenland zelf zijn er minstens 10 dorpjes met de naam Kastania, die mogelijk allemaal naar de boom zijn genoemd en niet andersom. Hardnekkig is het fabeltje dat de naam kastanje waarschijnlijk te danken is aan de Griekse stad Kastanéia in Pontus, een historische landstreek in het noorden van het huidige Turkije aan de kust van de Zwarte Zee, waar men hem op grote schaal zou hebben gecultiveerd. Helaas heeft er geen Griekse stad of kolonie met die naam bestaan, niet langs de Zwarte Zee en ook niet elders. De hellingen van het Pontisch gebergte worden overigens nu vooral gebruikt als theeplantage en voor de hazelnotenteelt.
De soortaanduiding sativa betekent 'gekweekt, verbouwd'. Ook in het Nederlands heeft het woord 'tam' dezelfde betekenis: getemd, gekweekt en dus eetbaar.

Cultivars.
Er zijn een aantal kweekproducten die vooral voor de sier zijn bedoeld:
• ‘Glabra’ heeft groot donkergroen blad
• ‘Asplenifolia’ diep ingesneden blad.
• ‘Argenta variegata’ met wit gerand blad
• ‘Variegata’ met geel gerand blad.
Er zijn ook speciaal gekweekte en geënte bomen die grotere kastanjes (marrons) leveren.

In Hoogvliet.
Het exemplaar in het Arboretum is daar geplant in 2009. Volgens de bestellijst zou het een cultivar ´Asplenifolia´ moeten zijn, maar wij kunnen hem nu niet (meer) onderscheiden van het type.
De boom had in 2012 een hoogte van 6,2 meter en een stamomtrek van 29 cm. De productie aan vruchten is loos. In de omtrek zijn kennelijk geen andere bomen met vruchtbare mannelijke bloemen voorhanden.